Bisschop Punt
!
!


Feest van pasen...

Feest van hoop

Twee april was het precies een jaar geleden dat paus Johannes Paulus II is overleden. De enorme betrokkenheid van mensen uit de gehele wereld, katholiek en niet katholiek, heeft toen de wereld verbaasd. Vooral ook de honderdduizenden jonge mensen die wekenlang met hun vurigheid en vitaliteit de stad Rome bevolkten. Kortgeleden was ik opnieuw een paar dagen in Rome. Het heeft me getroffen dat er eigenlijk niets veranderd is. Nog steeds is het drukker in Rome dan ooit tevoren.
Nog steeds is de meerderheid van pelgrims en toeristen jong. In de Friezenkerk op zondagochtend ontmoette ik een groep studenten uit Delft, katholiek en protestant, die zich kwamen laven aan de spirituele kracht van deze stad en van het Petrusambt.

 

Op uitnodiging van de Filippijnse bisschoppen mocht ik de kardinaalscreatie meemaken van de aartsbisschop van Manilla, mgr. Rosales, en de dag daarna de hoogmis met de paus op het St. Pietersplein, b.g.v. het feest van Maria Boodschap. Paus Benedictus hield een prachtige preek over Maria. De diepe betekenis van de aankondiging aan Maria, zei hij in navolging van Augustinus, ligt in de bijzondere groet die de Aartsengel Gabriël uitsprak: “Wees gegroet, Vol van genade...”. De engel, zo zei paus, “noemt haar niet bij haar aardse naam, Maria, maar bij haar goddelijke naam, zoals ze vanaf het begin was gezien en gekend door God: ‘Gratia plena’..., ‘Geliefde’ in het Grieks.
De heilige Origines stelt vast dat zo’n titel nog nooit aan een menselijk wezen was gegeven, en dat het geen parallel heeft in de gehele heilige Schrift”.
Ook in navolging van de Kerkvaders gebruikte de paus voor Maria het woord aquaductus. Zo heeft de Heer het gewild: dat de verlossende kracht van Zijn dood en Opstanding via het hart en de handen van Zijn Moeder de wereld in zou stromen.

Daarover gaat het met Pasen. We vieren dat er Verlossing is en Vergeving. Dat er leven is, ook na de dood. Maar soms lijkt het in onze wereld alsof het Offer van de Heer en van Zijn Moeder tevergeefs was. Alsof de duisternis het toch wint van het Licht. Waar zijn de tekenen van bevrijding, heling en genezing, die in de eerste tijd van de kerk de verkondiging van de apostelen zo indrukwekkend begeleidden?
Ze zijn er nog steeds, maar vaak niet bekend. Tekenen van diepe innerlijke genezing en heling door het Woord en de Sacramenten. Tekenen soms ook van uiterlijke bevrijding.
 
In Rome hoorde ik van een bijzonder geval van genezing dat zich recentelijk op de Filippijnen heeft voorgedaan. Een vrouw, die aan een ernstige vorm van kanker leed, was stervende. De familie al verzameld rond haar bed. Ze had een bijzondere verering voor Maria. Om drie uur ’s middags verloor ze het bewustzijn. Tijdens dit coma, zo vertelde ze later, zag ze plotseling de Heer bij haar staan in de gestalte van de ‘Barmhartige Jezus’, en Zijn Moeder naast Hem. Ze strekte haar armen naar hen uit... Toen stond ze ineens voor een grote zware Poort, en probeerde daar binnen te gaan, maar het lukte haar niet. Ineens zag ze een oude man met sleutels, die haar vertelde dat Jezus en Maria wilden ‘dat ze terug ging naar waar ze vandaan kwam’. Ze antwoordde dat ze niet wist hoe! Daarop herkreeg ze plotseling het bewustzijn. Ze vroeg om water en stond op. Inmiddels is ze volledig genezen.

Op de vraag in welke gestalte ze Maria had gezien, kon ze geen antwoord geven. Men liet haar toen allerlei plaatjes met Maria afbeeldingen zien: Fatima, Lourdes, Guadeloupe etc.... Ineens riep ze: Dat is het, zo heb ik haar gezien. Het was de beeltenis die we kennen uit Amsterdam: Maria als de Vrouwe, de Moeder van alle Volkeren.
Op het ogenblik wordt de genezing verder onderzocht en het medische rapport opgemaakt.

Soms toont God Zijn kracht op spectaculaire wijze, maar meestal meer verborgen. Zijn Geest werkt ook in de liefde, die mensen kan brengen tot grootse daden van solidariteit en opofferingsgezindheid. Zijn Geest doet mensen geloven en hopen, soms tegen alle verdrukking in. Zijn opstandingskracht ligt ook in het trouwe gebed en het geduldig gedragen lijden. Juist dat heeft de laatste jaren van paus Johannes Paulus II tot zo’n krachtig getuigenis gemaakt. De authenticiteit daarvan heeft vooral de jeugd bij hem herkend. Het is niet de minste roeping om met Christus het Kruis te dragen, om met Hem te verlossen en bevrijden. Maar ooit zullen we allemaal door die grote Poort, die de Filippijnse vrouw zag, het nieuwe en eeuwige Leven binnengaan. We zullen bekleed worden met nieuwe vergeestelijkte lichamelijkheid, zegt de Bijbel: een natuurlijk lichaam sterft, een geestelijk lichaam verrijst. Als we geprobeerd hebben naar Gods wil te leven zullen we dat land van eeuwig Licht en Leven binnengaan.
We zullen bekleed worden met nieuwe vergeestelijkte lichamelijkheid, zegt de Bijbel: een natuurlijk lichaam sterft, een geestelijk lichaan verrijst. Als we geprobeerd hebben naar Gods wil te leven zullen we dat land van eeuwig Licht en Leven binnengaan. We zullen dan bij Christus en Maria zijn, bij de engelen en de heiligen, bij onze dierbaren die ons zijn voorgegaan, en voor altijd leven en gelukkig zijn in Gods eeuwig Koninkrijk. “Christus is verrezen”, zo groeten de gelovigen elkaar in deze dagen in Rusland. “Als eerste van ons allen”, voegt de heilige Schrift daaraan toe.

Moge dat geloof, die hoop, en die belofte, ons nu al nieuwe kracht en vreugde geven In die zin wens ik u van harte een Zalig Pasen.


 

+ Mgr. dr. Jozef M. Punt
Bisschop van Haarlem

Pasen 2006

!

Engelen en Aartsengelen

Als ik dit schrijf, is het bijna 29 september, de dag waarop de Kerk het feest viert van de heilige Aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël. We geloven dat ze bestaan. We geloven dat er een geestelijke wereld is, waar zij leven bij God. Een wereld, waarin ook de heiligen en allen die in God zijn ontslapen, zoals de Bijbel zegt, nu al leven als engelen, wachtend op de bekroning van hun eeuwig geluk bij de opstanding van de doden, als ze opnieuw bekleed zullen worden met een onvergankelijk vergeestelijkt lichaam. Waar komt het geloof in engelen vandaan? Ik zal er iets over zeggen.


In het begin schiep God de hemel en de aarde, zegt het boek Genesis. Door Gods wil en woord ontstond alles wat bestaat. In één scheppingsact, de oerknal zo u wilt, ontstond tegelijk het zichtbare, materiële universum én het onzichtbare, geestelijke universum. Je zou het kunnen zien als de voor- en achterkant van dezelfde geschapen werkelijkheid. Dit geloof is niet onredelijk of in strijd met de wetenschap. Integendeel, steeds meer wetenschappers keren zich af van het materialistische, ééndimensionale wereldbeeld, dat de geest ziet als product van de materie. Nieuwe inzichten over de 'onbepaaldheid' van materie, en over de invloed van de menselijke geest hierop, komen steeds dichter bij wat alle religies altijd al beweerd hebben: de géést is primair en drukt zich uit in de materie.

We leven niet in een ééndimensionale wereld leert het katholieke geloof. Er is een andere, bovennatuurlijke werkelijkheid, die zich weerspiegelt in wat gebeurt op aarde, vooral in de mens. Ook deze bovennatuurlijke wereld is vol met leven. Voor onze kennis hiervan kunnen we bouwen op het getuigenis van ontelbare heiligen, mystici en zieners, alle eeuwen door. Maar bovenal kunnen we putten uit de heilige Schrift, de geïnspireerde bundeling van duizenden jaren wijsheid en ervaring van mensen met God en met de geestelijke wereld. We lezen over “kosmische heerschappijen, machten en krachten” over “hemelse koren van cherubijnen en serafijnen, over engelen en demonen”.

 

Tobit
En soms is er opeens een opening, raken beide werelden elkaar. Paulus mocht het ooit ervaren. “Ik werd opgenomen in de derde hemel”, schrijft hij, “binnen of buiten mijn lichaam, ik weet het niet, en ik werd getuige van onuitspreekbare dingen”. En hij was niet de enige. De Bijbel verhaalt talloze malen over wonderlijke en troostrijke ontmoetingen van mensen met de hemel en met Gods engelen. Ontroerend vind ik altijd het verhaal van de jonge Tobias, die een lange en gevaarlijke reis moet maken en dan een onbekende vreemdeling ontmoet die met hem mee trekt. Deze redt hem uit vele gevaren, brengt hem uiteindelijk veilig thuis en geneest dan nog zijn blinde vader. Tenslotte, vóór hij verdwijnt, noemt hij zijn naam: “Ik ben Rafaël, een van de zeven heilige engelen, die de gebeden van de heiligen opdragen en die toegang hebben tot voor de heerlijke troon van God”. Als u het zelf eens wilt lezen, u vindt het in het boek Tobit.


Of leest u ook eens het mooie evangelie van Lucas over de aartsengel Gabriél, die gezonden werd naar een huisje in Nazareth. Maria is alleen in gebed als de engel plotseling voor haar staat en zegt: “Verheug u, Begenadigde, de Heer is met U”. “De engel,” schrijft paus Benedictus, “noemt haar niet bij haar aardse naam, Maria, maar bij haar goddelijke naam, zoals ze vanaf het begin was gezien en gekend door God: 'Gratia plena'... 'Geliefde' in het Grieks. De heilige Origenes stelt vast dat zo'n titel nog nooit aan een menselijk wezen was gegeven, en dat het geen parallel heeft in de gehele heilige Schrift”. Hier is nog veel over te zeggen, maar dat bewaar ik voor later.

 

Tijd van nood
En dan de heilige aartsengel Michaél
. U vindt hem op vele plaatsen in het Oude en het Nieuwe Testament. Een bijzondere rol wordt hem toegeschreven in de laatste tijden, onder andere door de profeet Daniël: “In die tijd zal de grote vorst Michaël opstaan om de kinderen van je volk te beschermen. Want het zal een tijd van nood zijn, zoals er nooit eerder is geweest, zolang er volkeren bestaan.” Rond 1900 had paus Leo XIII een angstwekkende droom, die hem tot de overtuiging bracht dat die tijd niet ver meer is, en hij verplichte de gehele kerk om na iedere heilige mis het gebed tot de heilige Michaël te bidden. De gewoonte is helaas verloren gegaan, maar nu zeker niet minder nodig dan toen.


Maar niet alleen in de Bijbel, ook in de kerkgeschiedenis zijn de engelen in overvloed te vinden. Het is de moeite waard om eens de levens van de heiligen te bestuderen. U vindt er vele verbluffende voorbeelden. Het was ook een engel, waarschijnlijk Michaël, die de kinderen van Fatima voorbereidde op de ontmoeting met de hemelse Moeder en op het zogenoemde 'zonnewonder'. Het werd door meer dan 50.000 mensen gezien, gelovig en ongelovig, en van tevoren exact aangekondigd: 13 oktober 1917, tegen het middaguur. Vele sceptici gaven zich toen gewonnen. U kunt het in kranten en boeken uit die tijd allemaal precies terugvinden.

 

De ‘Vreze des Heren’
Een Haarlemse arts heeft ooit ervaringen van 'gewone' mensen met engelen verzameld in een boek: Een engel op je pad. Het blijken er ontelbare te zijn, niet alleen van verschijningen, maar ook van wonderlijke reddingen. Een aardig voorbeeld is de ervaring van Grietje Klaas uit Zaandam in het jaar 1672, in onze vaderlandse geschiedenis bekend als het 'rampjaar'. De republiek werd in dat jaar plotseling aangevallen door legers uit Engeland, Frankrijk en Duitsland tegelijk. Holland had wel een sterke vloot, maar een zwak leger. Uit die tijd stamt de spreuk: “De regering radeloos, het land reddeloos, het volk redeloos”.


Grietje ligt met bezwaard gemoed in bed, denkend aan de komende oorlog. Dan ziet ze ineens naast haar bedstede een schone jongeling staan, zo lieflijk dat haar hart opspringt van vreugde. Zijn kleed is wit en lang, tot aan de voeten. Dan buigt hij zijn armen in een boog als bij een omarming, en zegt: “Zo zal God Holland bewaren”. En hij vervolgt, psalm 34 citerend: “De Engel des Heren legert zich rondom degenen, die Hem vrezen”. Dan is hij weg. Inderdaad weten we uit de geschiedenis dat het allemaal wonderlijk goed is afgelopen.


Of God ons land toen bijzonder beschermd heeft, dat laat ik aan uw eigen oordeel over. Het volk in die tijd was in het algemeen nog zeer godsvruchtig. Of 'de vreze des Heren' in onze tijd nog sterk genoeg is om bij een nieuwe bedreiging ons volk te bewaren, dat mag u ook zelf beoordelen. Ik heb er een hard hoofd in.


 

+ Mgr. dr. Jozef M. Punt
Bisschop van Haarlem

29 september 2007